Gebiedsgerichte bescherming en ontwikkeling

Niet alleen objecten maar ook cultuurhistorische gebieden kunnen wettelijk beschermd worden. In 1965 heeft de Rijksoverheid het eerste rijksbeschermde stads- en dorpsgezicht aangewezen. Intussen telt Nederland meer dan 400 beschermde gezichten. De bescherming wordt grotendeels geregeld via het bestemmingsplan. Voor de beschermde gezichten moet de gemeente een beschermend bestemmingplan opstellen. Ook gelden er in een beschermd gezicht extra regels voor het slopen en bouwen. In een beschermd gezicht zijn minder vergunningsvrije bouwwerkzaamheden toegestaan als daarbuiten. Daarnaast heeft de aanwijzing als beschermd gezicht invloed op de maximaal toegestane huurprijs. Gemeenten hebben ook de mogelijkheid om zelf beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten aan te wijzen.

Intussen is het begrip cultuurhistorische waarde verbreed. Overal in de ruimtelijke ordening, ook in moderne woonwijken, parken en landschappen kan cultuurhistorie van belang zijn bij toekomstige ontwikkelingen. Daarom is in het Besluit ruimtelijke ordening bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van bestemmingsplannen ook de cultuurhistorische waarde van het gebied moet meewegen. Door het uitvoeren van een cultuurhistorische inventarisatie en het opstellen van een cultuurhistorische gebiedsvisie, kan cultuurhistorie vroeg in het ontwikkelingsproces worden meegenomen. Ook de bescherming van archeologische waarden worden via de ruimtelijke ordening, in het bestemmingsplan, beschermd. Daarnaast zijn er ook nog beschermde archeologische rijksmonumenten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed behandelt de vergunningen voor bouwen bij deze archeologische monumenten.

 

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 11 juli 2014