Inventarisaties

Eerste inventarisaties (monumenten tot 1850)

(Info via erfgoedbalans)

De eerste samengestelde lijst van gebouwde objecten met een zekere status was de Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deze lijst, opgeleverd in 1933, bevatte bijna 13.000 objecten. In 1961 werd in de Monumentenwet bepaald dat een register van beschermde monumenten zou worden ingesteld. Rond 1975 bevatte deze lijst zo’n 40.000 rijksmonumenten.

MIP en MSP (inventarisatie 1850 – 1940)

(Info via wikipedia, agriwiki en erfgoedbalans)

Het Monumenten Inventarisatie Project, afgekort M.I.P., is een landelijk Nederlands project dat tussen 1986 en 1995 werd uitgevoerd.

De eerste rijksmonumenten zijn aangewezen bij de inventarisatie in de jaren 60 van de 20ste eeuw. De gebouwen die toen als monument beschermd zijn, zijn allemaal gebouwd voor 1850. In de loop der jaren begon men het een steeds groter probleem te vinden dat gebouwen die jonger dan 1850 waren niet meegenomen zijn in deze inventarisatie. Ook jongere panden kunnen door zeldzaamheid, gaafheid, kenmerkendheid of representatie van een bouwstijl het behouden waard zijn. Om deze achterstand in te halen werd in 1986 het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) gestart.

154.943 objecten uit de periode 1850-1940 zijn geïnventariseerd en ingevoerd in een database. De lijsten werden opgesteld door provincies en gemeenten en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft ze uiteindelijk samengevoegd tot één database.

De uitkomst is dat er 165.000 objecten zijn beschreven. Een pand dat op de MIP-lijst staat kan aan deze vermelding geen juridische status en geen bescherming ontlenen. Een ‘MIP-pand’ is dus geen beschermd monument. Wel wordt de MIP-lijst gebruikt -en daar was het ook voor bedoeld- om hieruit te putten voor rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten.

Het Monumenten Selectie Project (MSP) is bedoeld om een selectie te maken uit de MIP-inventarisatie, en deze toe te voegen aan de rijksmonumentenlijst. Zo’n 9% is daadwerkelijk toegevoegd als rijksmonument. Het gaat hier om objecten, complexen of gebieden uit de periode 1850-1940 die een zodanige waarde hebben dat de bescherming als monument van ‘nationaal belang’ gerechtvaardigd is. Evenals bij het MIP is MSP een samenwerking tussen rijk (RCE), provincies en gemeenten.

Inventarisatie naoorlogs erfgoed (1940 – 1958 en 1959 – 1965)

(Info via Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Het onderzoek dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed doet naar de architectuur en stedenbouw uit de wederopbouwperiode is gestart in 2001. De eerste fase van het onderzoek betrof de architectuur uit de periode 1940-1958. De objectgegevens die uit dat inventariserend onderzoek voortkwamen, zijn opgeslagen in de Wederopbouwdatabank. Uit die inventarisatie zijn na strenge selectie in 2007 100 topmonumenten voorgedragen voor een plaats op de rijksmonumentenlijst.

De selectie en waardering van een honderdtal meest waardevolle en kenmerkende bouwwerken uit de periode 1959-1965 is een vervolg op de periode 1940-1958. De Rijksdienst vroeg gemeenten, steunpunten en erfgoedorganisaties suggesties om een eerste inventarisatie van objecten aan te vullen. Honderden nieuwe objecten zijn voorgedragen. Deze zijn door de Rijksdienst op waarde beoordeeld. Slechts 89 van de 700 geïnventariseerde bouwwerken zijn op 18 maart 2013 door de minister voorgedragen voor de status van rijksmonument. Najaar 2013 worden de definitieve aanwijzingen verwacht.

De Raad voor Cultuur heeft aan de minister van OCW een advies uitgebracht over dit beschermingsprogramma. Per individuele aanwijzing tot rijksmonument volgt later nog een adviesverzoek aan de raad. De raad gaat in grote lijnen akkoord met het beschermingsprogramma, maar maakt nadrukkelijk een voorbehoud: als een afzonderlijk gebouw of object onvoldoende gaaf of zeldzaam blijkt te zijn (dit zijn zware toetsingscriteria), dan kan de raad in dat geval alsnog een negatief advies geven.

Publicatiedatum: 13 april 2017